ECLI:NL:HR:2003:AG2528
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van infiltratiebevel en opsporingsmiddelen bij drugshandel en gewelddelicten
De Hoge Raad behandelde het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte was veroordeeld voor onder meer drugshandel, deelname aan een criminele organisatie, poging tot zware mishandeling en wapendelicten.
De kern van het cassatieberoep betrof de rechtmatigheid van het bevel tot infiltratie op grond van artikel 126h Wetboek van Strafvordering. De verdediging stelde dat het bevel onrechtmatig was omdat het niet alle betrokken personen bij name noemde, de geldigheidsduur van het bevel werd overschreden en de infiltratie werd ingezet zonder dat eerst klassieke opsporingsmiddelen waren uitgeput.
Het hof oordeelde dat het bevel voldoende concreet was en dat het gebruik van gegevens verkregen tijdens infiltratie ook mocht worden gebruikt voor strafbare feiten die na het bevel werden gepleegd. Ook was er geen sprake van onrechtmatigheid door het niet noemen van alle groepsleden bij naam en was de inzet van infiltratie proportioneel en subsidiariteitseisen voldaan.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verwierp het cassatieberoep. Het hof had terecht geoordeeld dat het openbaar ministerie ontvankelijk was en dat het bevel tot infiltratie rechtmatig was ingezet. De strafrechtelijke veroordeling van negen jaar gevangenisstraf met onttrekking aan het verkeer bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot negen jaar gevangenisstraf met onttrekking aan het verkeer.