ECLI:NL:HR:2003:AI0348
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen rechtsgevolg aan akte van cessie en veroordeelt stichting tot betaling aan ontvanger
In deze zaak stond centraal de geldigheid en het rechtsgevolg van een akte van cessie van 4 april 1995, waarbij de ontvanger van de Belastingdienst een vordering had ingesteld tegen eisers en een stichting. De rechtbank wees de vorderingen van de ontvanger af, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis en verklaarde dat de akte van cessie geen rechtsgevolg heeft.
Het hof veroordeelde de stichting tot betaling aan de ontvanger van het bedrag dat zij op grond van een bestaande rechtsverhouding maandelijks aan een van de eisers verschuldigd was, totdat de vordering volledig was voldaan. Tevens werd bepaald dat eisers moesten gehengen en gedogen dat de stichting aan deze veroordeling zou blijven voldoen.
Eisers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eisers niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was. De Hoge Raad veroordeelde eisers tevens in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de akte van cessie geen rechtsgevolg heeft, met veroordeling van de stichting tot betaling aan de ontvanger.