ECLI:NL:HR:2003:AI0745
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over waardering onderhanden werk in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap die deel uitmaakt van een fiscale eenheid en een grotere organisatie van vrije beroepsbeoefenaren, had voor het jaar 1996 een aanslag vennootschapsbelasting ontvangen. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en het hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde dat zij het onderhanden werk voor fiscale winstberekening anders mocht waarderen dan volgens het bestaande stelsel, waarbij bepaalde kosten en winstopslagen niet in de waardering werden meegenomen.
Het hof oordeelde dat de uren die op balansdatum aan een opdracht waren besteed, ook bij vaste prijsafspraken, als declarabele vorderingen moesten worden aangemerkt en aldus in de winstberekening moesten worden betrokken. De Hoge Raad stelde vast dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had bij het oordeel dat declarabele vorderingen pas bestonden na afronding en declaratie, maar dat het oordeel over de vaste prijsopdrachten onvoldoende was gemotiveerd.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar een ander hof.