ECLI:NL:HR:2003:AI0856
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Toelating pleidooi in hoger beroep bij geschil over functie-indeling
Eiser vorderde bij de kantonrechter dat hij ten onrechte niet was ingedeeld in de functie van Opvangmedewerker B bij het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). De kantonrechter wees de vordering toe, maar de rechtbank vernietigde dit vonnis in hoger beroep en wees de vordering af. Eiser verzocht om pleidooi in hoger beroep, maar dit verzoek werd door de rolrechter afgewezen met de motivering dat een mondelinge toelichting geen nieuwe gezichtspunten zou opleveren en het geding al lang liep.
De Hoge Raad stelde vast dat partijen op grond van art. 144 Rv Pro in beginsel het recht hebben hun standpunten in hoger beroep bij pleidooi toe te lichten. Een verzoek om pleidooi mag slechts in uitzonderlijke gevallen worden geweigerd, en dan moet dit goed gemotiveerd zijn. Nu COA geen bezwaar maakte tegen het pleidooi en de rolrechter onvoldoende motivering gaf voor de afwijzing, oordeelde de Hoge Raad dat het verzoek ten onrechte was geweigerd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling waarbij partijen tot pleidooi moeten worden toegelaten. De beslissing over de kosten van het cassatiegeding werd gereserveerd.
Uitkomst: Het verzoek om pleidooi in hoger beroep werd ten onrechte afgewezen; de zaak wordt terugverwezen met opdracht tot toelating van pleidooi.