ECLI:NL:HR:2003:AI0864

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/107HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:54 BWArt. 6:248 BWArt. 6:258 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betwisting en vermindering van vordering in civiele geldvordering

Eiser, handelend onder de naam Mathurawala Exports, vorderde betaling van een bedrag van ƒ 154.604,-- van verweerder. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van dit volledige bedrag met rente. Verweerder stelde zich primair op het standpunt dat de vordering onjuist was en vorderde subsidiair vernietiging of wijziging van de overeenkomst op grond van verschillende wetsartikelen.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde de vordering van eiser vast op de helft van het gevorderde bedrag, te weten ƒ 77.302,--, met rente. Eiser stelde hiertegen beroep in cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering.

De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De zaak betreft een civielrechtelijke geldvordering waarbij de omvang van de vordering centraal stond en de toepassing van vernietiging en wijziging van overeenkomsten op grond van het Burgerlijk Wetboek.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd waarbij de vordering is verminderd tot ƒ 77.302,-- met rente.

Uitspraak

19 september 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/107HR
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelende onder de naam [A] Exports,
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. W.B. Teunis,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. I. de Vink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 5 maart 1999 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de Rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 154.604,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding en een bedrag van ƒ 10.790,40 met de wettelijke interessen over dit bedrag vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
[Verweerder] heeft primair de vordering van [eiser] bestreden en subsidiair gevorderd eventuele tussen partijen bestaande overeenkomsten te vernietigen, althans de gevolgen daarvan op grond van art. 3:54 in Pro verbinding met art. 6:248 BW Pro ten voordele van [verweerder] te wijzigen, althans meer subsidiair de gevolgen van eventuele overeenkomsten op grond van art. 6:258 BW Pro ten voordele van [verweerder] te wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk te ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 6 december 2000 [verweerder] veroordeeld aan [eiser] ƒ 154.604,-- te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 maart 1999 tot aan de dag der voldoening, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen het vonnis van 6 december 2000 heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 27 december 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [verweerder] veroordeeld om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 77.302,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 maart 1999 tot de dag van voldoening, dit arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 941,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 19 september 2003.