ECLI:NL:HR:2003:AI5682
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over waardering melkquotum in vermogensbelasting
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een melkveebedrijf in de vorm van een besloten vennootschap, kreeg voor 1995 een aanslag vermogensbelasting opgelegd gebaseerd op een vermogen van ƒ 580.000. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het geschil betrof de waardering van het melkquotum in de aandelen van de B.V. volgens artikel 11 van Pro de Wet op de vermogensbelasting 1964 en de resolutie van de Staatssecretaris van Financiën.
Het Hof oordeelde dat de regeling die ondernemers die direct een onderneming drijven anders behandelt dan aandeelhouders van een B.V. in strijd is met het gelijkheidsbeginsel uit het EVRM en IVBPR, maar dat het rechtstekort aan de wetgever moest worden overgelaten. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel deels: de resolutie die het melkquotum voor de vermogensbelasting op boekwaarde waardeert, maakt een onrechtmatige inbreuk op artikel 9 van Pro de Wet en leidt tot ongerechtvaardigde ongelijke behandeling.
De Hoge Raad stelt dat het gelijkheidsbeginsel vereist dat ook aandeelhouders van een B.V. het melkquotum op boekwaarde mogen waarderen. De aanslag wordt verminderd tot een vermogen van ƒ 546.000. De Staatssecretaris en de Inspecteur worden veroordeeld in de proceskosten. Hiermee wordt de aanslag aangepast en de onrechtmatige toepassing van de resolutie gecorrigeerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag vermogensbelasting tot een vermogen van ƒ 546.000.