ECLI:NL:HR:2003:AJ0536
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing arbeidsovereenkomst op grond van derdenbeding zonder automatische herleving
In deze zaak vorderde eiser dat tussen hem en Ekro B.V. een arbeidsovereenkomst bestond vanaf 14 juni 1999, gebaseerd op een in 1991 door Ekro gegeven onvoorwaardelijke terugkeergarantie bij de overgang van zijn dienstverband naar Asito. Eiser stelde dat deze garantie inhield dat hij automatisch weer in dienst trad bij Ekro na het einde van de overeenkomst tussen Ekro en Asito.
De kantonrechter oordeelde dat er inderdaad een arbeidsovereenkomst bestond en dat het ontslag per 1 februari 2000 kennelijk onredelijk was. De rechtbank vernietigde dit vonnis echter in hoger beroep en oordeelde dat het derdenbeding slechts inhield dat bij beëindiging van de overeenkomst tussen Ekro en Asito een nieuwe arbeidsovereenkomst moest worden gesloten, en dat er geen automatische herleving van de arbeidsovereenkomst was.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad stelde dat de uitleg van het derdenbeding door de rechtbank niet onbegrijpelijk was en dat het beroep op een automatische herleving van de arbeidsovereenkomst niet kon worden aanvaard. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank niet buiten de rechtsstrijd was getreden en dat zij de stellingen van eiser voldoende had betrokken in haar oordeel.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie en wees het beroep af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat er geen arbeidsovereenkomst bestond vanaf 14 juni 1999.