ECLI:NL:PHR:2003:AJ0536
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg terugkeergarantie bij uitbesteding schoonmaakwerkzaamheden en voortzetting arbeidsovereenkomst
De zaak betreft de uitleg van een terugkeergarantiebeding in de overeenkomst tussen Ekro B.V. en Asito B.V. waarbij werknemers, waaronder eiser, bij beëindiging van de overeenkomst tussen Ekro en Asito weer in dienst zouden worden genomen door Ekro. Eiser was sinds 1985 in dienst bij Ekro en trad in 1991 in dienst bij Asito toen de schoonmaakwerkzaamheden werden uitbesteed. In 1999 beëindigde Ekro de relatie met Asito, waarna Asito de arbeidsovereenkomst met eiser opzegde. Eiser stelde dat hij op grond van de terugkeergarantie automatisch weer in dienst was bij Ekro en vorderde loon en herstel van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelde aanvankelijk dat de terugkeergarantie inhield dat eiser weer in dienst was gekomen bij Ekro en verklaarde het ontslag kennelijk onredelijk. De rechtbank vernietigde dit vonnis en stelde dat de terugkeergarantie slechts een derdenbeding is dat een verplichting tot het aanbieden van een nieuwe arbeidsovereenkomst inhoudt, maar geen automatische herleving van de arbeidsovereenkomst. Eiser stelde cassatieberoep in tegen deze uitleg.
De Hoge Raad bevestigt dat de terugkeergarantie als derdenbeding moet worden uitgelegd als een verplichting van Ekro om met eiser een nieuwe arbeidsovereenkomst te sluiten indien de overeenkomst met Asito eindigt, en niet als een automatische voortzetting van de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad verwierp de cassatiegrond en handhaafde het oordeel van de rechtbank dat eiser geen aanspraak kan maken op voortzetting van de arbeidsovereenkomst zonder een nieuwe overeenkomst. Hiermee is de vordering van eiser afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de terugkeergarantie geen automatische voortzetting van de arbeidsovereenkomst inhoudt.