ECLI:NL:HR:2003:AJ3234
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering tot beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte
Eiseres heeft bij de kantonrechter gevorderd om het tijdstip van beëindiging van de huurovereenkomst betreffende een bedrijfsruimte vast te stellen en veroordeling tot ontruiming van de huurster. Verweerster heeft primair afwijzing gevorderd en subsidiair gedeeltelijke afwijzing voor een deel van het gehuurde, en in voorwaardelijke reconventie schadevergoeding geëist.
De kantonrechter heeft de vordering van eiseres afgewezen en een gerechtelijke plaatsopneming gelast. De rechtbank heeft dit vonnis bekrachtigd in hoger beroep. Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het vonnis van de rechtbank.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en haar vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wordt afgewezen.