ECLI:NL:HR:2003:AL7072
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Huurdersaansprakelijkheid voor herstelkosten woning na huurperiode
Eiser huurde vanaf 1 januari 1992 een woning van de Stichting en had schriftelijk afgesproken de woning bij vertrek in oorspronkelijke staat terug te brengen, inclusief verwijdering van door vorige huurders aangebrachte veranderingen. Na beëindiging van de huurovereenkomst per 29 februari 1996 verliet eiser de woning, maar liet deze niet in oorspronkelijke staat achter.
De Stichting vorderde betaling van herstelkosten, waarvan een deel betrekking had op het terugbrengen van de woning in oorspronkelijke staat. Eiser betwistte de hoogte van de vordering en stelde dat hem slechts was meegedeeld dat plavuizen verwijderd moesten worden en de woning gepoetst. De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat eiser onvoldoende bewijs leverde en veroordeelden hem tot betaling van een deel van de gevorderde kosten.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van de rechtbank dat het voor een doorsnee huurder duidelijk was dat herstelkosten in de orde van duizenden guldens zouden lopen, onvoldoende is gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling. De Stichting werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.