ECLI:NL:HR:2003:AM2962
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in betalingsgeschil tussen eiser en exploitanten
In deze civiele zaak vorderden vier exploitanten betaling van eiser, die deze vorderingen betwistte. Na meerdere tussenvonnissen, comparities en bewijslevering veroordeelde de rechtbank eiser tot betaling van diverse bedragen aan de exploitanten, vermeerderd met wettelijke rente. Zowel eiser als de exploitanten stelden hoger beroep in, waarbij het gerechtshof Arnhem de meeste vorderingen bevestigde, maar in incidenteel appel enkele veroordelingen matigde en omzette naar lagere bedragen in euro's.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De exploitanten verschenen niet in cassatie, waardoor verstek werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de exploitanten nihil worden begroot. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vijf raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 19 december 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de eerdere veroordelingen tot betaling met rente.