ECLI:NL:PHR:2003:AM2962
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat inschrijving voor kermis niet automatisch tot overeenkomst leidt
In deze zaak stond centraal of de exploitanten van attracties met eiser een overeenkomst waren aangegaan voor deelname aan een kermis in Londen. Eiser had een advertentie geplaatst waarin inschrijvingen werden gevraagd, maar stelde dat hij slechts inlichtingen had verstrekt namens de organisator en geen contractuele relatie met de exploitanten had.
De exploitanten vorderden schadevergoeding wegens voortijdige sluiting van de kermis, omdat eiser niet aan zijn verplichtingen zou hebben voldaan. De rechtbank en het hof oordeelden dat het aan eiser was om te bewijzen dat de exploitanten wisten dat de organisator hun contractpartner was, niet hijzelf. Eiser slaagde hier niet in.
De Hoge Raad bevestigde dat een inschrijving op een advertentie niet automatisch leidt tot een overeenkomst met de inschrijver, vooral als de gebruikelijke gang van zaken en bedingen in de kermiswereld dit uitsluiten. Het hof mocht het oordeel dat de exploitanten niet wisten of behoorden te weten dat de organisator hun contractpartner was, handhaven.
Ook werd geoordeeld dat het niet tijdig betalen van de pachtsom door exploitanten niet leidde tot schuldeisersverzuim, omdat de kermis feitelijk geopend was en exploitanten hun attracties konden exploiteren. De schadevorderingen van de exploitanten werden grotendeels toegewezen, waarbij de Hoge Raad het oordeel van het hof bevestigde.
Het beroep van eiser werd verworpen, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.