ECLI:NL:HR:2003:AO0068
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- Rechtspraak.nl
Rolbeslissing over aanzegging verdachte in het buitenland via rechtshulpverzoek
In deze rolbeslissing van 16 december 2003 oordeelt de Hoge Raad over de ontvankelijkheid van een cassatieberoep van een verdachte die in Turkije woont. De verdachte had een aanzegging per post ontvangen op het door hem opgegeven adres in Turkije, maar er bestond twijfel of hij daar daadwerkelijk woonde.
De Hoge Raad stelt dat indien twijfel bestaat over de woonplaats van een verdachte in het buitenland, het openbaar ministerie via een rechtshulpverzoek aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten de aanzegging of dagvaarding moet laten uitreiken. Dit is in overeenstemming met artikel 588, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Omdat de verdachte verplicht is binnen twee maanden na aanzegging schriftelijk middelen van cassatie in te dienen, en dit niet kan zonder geldige aanzegging, wordt besloten dat de aanzegging opnieuw moet worden gedaan via een rechtshulpverzoek aan Turkije. Tevens vervalt de mededeling van de rechtsdag in deze procedure.
De Hoge Raad verzoekt de Procureur-Generaal dit rechtshulpverzoek te richten en voert de zaak van de rol in verband hiermee.
Uitkomst: De Hoge Raad verzoekt een rechtshulpverzoek voor aanzegging in Turkije en voert de zaak van de rol.