Conclusie
eenvormigelandsverordening is het strafprocesrecht, aldus art. 3 van Pro deze Samenwerkingsregeling dat daarmee de lijn van art. 39, eerste lid, van het Statuut voortzet. De Nota van toelichting bij de Samenwerkingsregeling legt nog eens uit waar het hier om gaat en wat eenvormig in dit verband betekent: te bereiken dat de landsverordening in elk van de Caribische landen “een gelijkluidende tekst heeft en moet blijven houden”. [3] Strokend met deze belangrijke instructie zijn de wetboeken van strafvordering van Aruba, Curaçao en Sint Maarten nagenoeg woordelijk op elkaar afgestemd [4] ; voor elk van deze landen geldt inmiddels dat een nieuwe “Landsverordening houdende wijziging van het Wetboek van Strafvordering” tot stand is gekomen. [5] Men wil evenwel een stap verder gaan. Op dit moment is in voorbereiding een nieuw Wetboek van Strafvordering voor het Caribisch gebied. Het (tweede) concept is al gereed, en zo ook de concept-toelichting. Ik kom daarop later in deze conclusie terug.
Stb. 339). Ingevolge het eerste lid van art. 1 van Pro deze Rijkswet neemt de Hoge Raad ten aanzien van burgerlijke en strafzaken in de genoemde Koninkrijksdelen, voor zover in de Rijkswet niet anders is bepaald, in overeenkomstige gevallen, op overeenkomstige wijze en met overeenkomstige rechtsgevolgen als ten aanzien van burgerlijke en strafzaken in het Europese deel van het Koninkrijk, kennis van een beroep in cassatie, ingesteld hetzij door partijen, hetzij ‘in het belang der wet’ door de procureur-generaal bij de Hoge Raad. [7] Uitgangspunt is dat in de Caribische landen van het Koninkrijk – of ruimer: het Caribische deel van het Koninkrijk [8] – de Nederlandse cassatievoorschriften als richtsnoer dienen. Vandaar dat de Hoge Raad in zijn arresten in beginsel alleen verwijst naar – via art. 1 van Pro de Rijkswet cassatierechtspraak – toepasselijke Nederlandse cassatievoorschriften, aldus Van Dorst, die daaraan meteen toevoegt: “Indien bijvoorbeeld geen cassatieschriftuur is ingediend, wordt overwogen dat niet in acht is genomen het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv Pro (dus zonder de toevoeging ‘in verbinding met art. 1 lid 1 Cassatieregeling Pro NA’, thans art. 1 lid 1 van Pro de Rijkswet cassatierechtspraak)”. [9]
NJ2002/317 m.nt. Schalken geeft de Hoge Raad het volgende overzicht van de betekeningsvoorschriften ingevolge art. 588 Sv Pro:
NJ2008/18. In dat arrest had het Hof onder meer geconstateerd dat “op zijn minst” was gepoogd de stukken aan de verdachte uit te reiken. Die vaststelling bracht volgens de Hoge Raad echter niet zonder meer mee dat sprake was van uitreiking van de dagvaarding in persoon. Ook het oordeel van het hof dat zich een omstandigheid had voorgedaan waaruit voortvloeide dat de dag van de terechtzitting de verdachte tevoren bekend was, was niet zonder meer begrijpelijk. Dat de ‘akte’ op het politiebureau aan de verdachte was voorgehouden, leverde niet zonder meer een dergelijke omstandigheid op.
cassatie termijn 60 dagen
cassatie termijn 60 dagen
cassatie termijn 60 dagen
tevergeefswas aangeboden op het adres [a-straat 1] en ingevolge art. 643, vijfde lid, Sv van Sint Maarten een afschrift terstond ter hand was gesteld aan de officier van justitie bij het bedoelde gerecht. Deze had dan het oorspronkelijk schrijven voor gezien kunnen tekenen en, na nader onderzoek naar het juiste adres, het afschrift zo mogelijk aan de verdachte doen toekomen. [28] Nu deze weg niet is gevolgd, althans daar ga ik gezien de stukken van uit, luidt ook om die reden de slotsom dat de akte niet rechtsgeldig is betekend.