ECLI:NL:HR:2004:AH8931
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongelijkheid in belastingheffing navorderingsaanslagen zonder rechtvaardiging
In deze zaak stond centraal de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1992 opgelegd aan belanghebbende, een werknemer van B B.V., die samen met anderen zwart loon ontving. De Inspecteur legde aan drie werknemers, waaronder belanghebbende, navorderingsaanslagen op, terwijl andere werknemers van dezelfde groep alleen naheffingsaanslagen loonbelasting bij de werkgever kregen opgelegd. De werkgever had besloten de nageheven loonbelasting niet op de werknemers te verhalen.
Belanghebbende stelde dat deze ongelijke behandeling onrechtvaardig was en dat de Inspecteur onvoldoende gronden had om deze ongelijkheid te rechtvaardigen. Het Gerechtshof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat de ongelijkheid in behandeling weliswaar kan worden gerechtvaardigd, maar dat de Inspecteur in dit geval geen voldoende rechtvaardiging had gegeven voor de ongelijke behandeling. De keuze van de werkgever om de loonbelasting niet te verhalen kan niet worden toegerekend aan de Inspecteur, maar het feit dat de Inspecteur bekend was met deze keuze en toch ongelijk optreedt zonder verklaring, is niet aanvaardbaar. Het cassatieberoep en het incidentele beroep werden ongegrond verklaard, en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep en het incidentele beroep ongegrond en bevestigt dat de ongelijkheid in belastingheffing zonder voldoende rechtvaardiging niet is toegestaan.