ECLI:NL:HR:2004:AI0665
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad schorst zaak en vraagt prejudiciële beslissing over btw-heffing softwarelevering en dienstverlening
Belanghebbende, een fiscale eenheid, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1997 wegens het niet aangeven van btw over de aanschaf en aanpassing van een softwarepakket. De Inspecteur stelde dat de levering van het softwarepakket en de daaropvolgende aanpassing door de leverancier als één dienst moeten worden gezien, belast in Nederland.
Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde in cassatie dat de levering van het standaardsoftwarepakket en de aanpassing daarvan als afzonderlijke prestaties moeten worden beschouwd, waarbij de levering buiten Nederland plaatsvond en dus niet belastbaar is in Nederland.
De Hoge Raad overwoog dat het onderscheid tussen levering van standaardsoftware op een drager en het verrichten van specifieke softwarediensten niet eenduidig is en dat de uitleg van de Zesde richtlijn inzake btw hierover onduidelijkheden kent. Daarom schorst de Hoge Raad de procedure en verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële uitleg over de kwalificatie van de prestaties en de plaats van heffing.
De zaak betreft complexe btw-vraagstukken over de kwalificatie van softwareleveringen en aanpassingen als goederenlevering of dienst, en de toepasselijke plaats van heffing binnen de EU-btw-regelgeving.
Uitkomst: Hoge Raad schorst de zaak en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over btw-heffing softwarelevering en dienstverlening.