ECLI:NL:PHR:2004:AI0665
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kwalificatie en plaats van levering van software en aanpassingsdiensten voor omzetbelasting
In deze zaak staat centraal of de overdracht van een gegevensdrager met daarop aangebrachte software moet worden aangemerkt als een levering van een goed of als het verrichten van een dienst voor de omzetbelasting. Belanghebbende, een fiscale eenheid, had een standaard softwarepakket uit de VS aangeschaft dat vervolgens werd aangepast aan haar specifieke wensen. Het Hof oordeelde dat geen afzonderlijke levering van het standaardpakket had plaatsgevonden, mede omdat belanghebbende het project als één geheel beschouwde en geen belang had bij het standaardpakket zonder aanpassingen.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de criteria uit Europese jurisprudentie en richtlijnen, waaronder het onderscheid tussen standaardsoftware en specifieke software, en de betekenis van het overgaan van de macht om als eigenaar over een lichamelijke zaak te beschikken. Het Hof concludeerde dat de prestatie als geheel moet worden gekwalificeerd als een dienst, namelijk het verlenen van een niet-overdraagbaar gebruiksrecht op specifieke software, en dat de naheffingsaanslag omzetbelasting terecht is opgelegd.
Daarnaast wordt ingegaan op de plaatsbepaling van de dienst, waarbij wordt vastgesteld dat de dienst belastbaar is in Nederland. De Hoge Raad bespreekt ook de problematiek van dubbele heffing bij invoer van gegevensdragers en de daarop volgende diensten, en de mogelijke onvolkomenheden in de regelgeving op dit punt. De zaak geeft een diepgaand inzicht in de fiscale behandeling van softwareleveringen en aanverwante diensten binnen het Europese en nationale belastingrecht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de prestatie als een dienst kwalificeert en dat de naheffingsaanslag omzetbelasting terecht is opgelegd.