ECLI:NL:HR:2004:AI0673
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijstelling omzetbelasting voor kinderopvangdiensten via commissionair
Belanghebbende, een instelling die kinderopvangregelingen uitvoert namens werkgevers en gemeenten, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tijdvak juli-september 1998. De Inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag. De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatieberoep in.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 4, lid 3, van de Wet op de omzetbelasting 1968, dat bepaalt dat diensten verricht door een commissionair worden geacht door deze zelf te zijn verricht. De vraag was of de vrijstelling van omzetbelasting voor kinderopvangdiensten ook geldt voor de aanvullende werkzaamheden van belanghebbende, zoals het vaststellen en innen van eigen bijdragen en het verzorgen van financiële administratie.
De Hoge Raad oordeelde dat de diensten van de kinderopvangorganisaties aan belanghebbende en vervolgens door belanghebbende aan opdrachtgevers worden verricht en dat deze diensten zijn vrijgesteld van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, letter f, van de Wet en het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968. De aanvullende werkzaamheden van belanghebbende zijn onlosmakelijk verbonden met de hoofdprestatie en delen daarom in de vrijstelling. Het cassatieberoep faalt en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting vernietigd.