ECLI:NL:HR:2004:AL7621
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Toepassing kapitaalsbelastingvrijstelling bij juridische fusie en bezitseis
Belanghebbende kreeg op 5 februari 1999 een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting opgelegd, die na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd. Het geschil betrof de vraag of de vrijstelling van kapitaalsbelasting bij fusies ook van toepassing is op juridische fusies zoals bedoeld in artikel 2:309 BW Pro, en of de bezitseis uit het Uitvoeringsbesluit overgaat op de verkrijgende vennootschap.
De Hoge Raad overweegt dat de wetsgeschiedenis en beleidsuitlatingen van de Staatssecretaris van Financiën duidelijk maken dat de vrijstelling ook voor juridische fusies geldt. De bezitseis die bepaalt dat aandelen vijf jaar in bezit moeten blijven, gaat over op de verkrijgende vennootschap, waardoor de faciliteit behouden kan blijven.
Omdat de uitleg van Europese richtlijnen omtrent deze voorwaarden onvoldoende duidelijkheid biedt, verzoekt de Hoge Raad het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële beantwoording van vragen over de toepassing van de richtlijnbepalingen op juridische fusies en de gevolgen voor de bezitseis.
Het geding wordt geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan. Dit arrest bevestigt dat juridische fusies onder de kapitaalsbelastingvrijstelling vallen en dat de voorwaarden voor behoud van die vrijstelling ook op de verkrijgende vennootschap van toepassing zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de procedure aan en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële beantwoording over de toepassing van de kapitaalsbelastingvrijstelling bij juridische fusies.