ECLI:NL:PHR:2004:AL7621
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kapitaalsbelastingvrijstelling bij juridische fusie en aandelenoverdracht aan coöperatie
In deze zaak gaat het om een herstructurering van vijf besloten vennootschappen met het oog op een mogelijke beursgang. De vennootschappen werden ingebracht in nieuw opgerichte BV's, waarna een juridische fusie plaatsvond waarbij het vermogen van de oude BV's onder algemene titel werd overgedragen aan AA NV. Vervolgens werden de aandelen AA NV overgedragen aan een coöperatie, waarbij lidmaatschapsrechten werden toegekend.
De belanghebbenden deden een beroep op de vrijstelling van kapitaalsbelasting zoals neergelegd in artikel 37 Wet Pro BRV en het Uitvoeringsbesluit BRV. De inspecteur legde naheffingsaanslagen op, die door het Hof werden bevestigd. De Hoge Raad onderzoekt of de juridische fusie als een vrijgestelde fusie kan worden aangemerkt en of de overdracht van aandelen aan de coöperatie het vervreemdingsverbod uit het Uitvoeringsbesluit schendt.
De Hoge Raad concludeert dat de juridische fusie onder de vrijstelling valt, hoewel onduidelijkheid bestaat over de precieze uitleg van het begrip 'bezit' in het vervreemdingsverbod. De overdracht van aandelen aan de coöperatie, die geen in aandelen verdeeld kapitaal heeft, leidt tot het verlies van bezit en schendt vermoedelijk het vervreemdingsverbod. De Hoge Raad acht het raadzaam prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen over deze problematiek en beveelt aan de behandeling van de zaak te schorsen totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De behandeling van de zaak wordt geschorst en prejudiciële vragen worden aan het Hof van Justitie voorgelegd over de fiscale gevolgen van de juridische fusie en aandelenoverdracht.