ECLI:NL:PHR:2012:BR4792
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over fiscale aandelenfusiefaciliteit en coöperaties bij bijschrijving ledenrekening
De zaak betreft de vraag of een aandelenfusie tussen een BV en een coöperatie, waarbij de BV-aandelen worden overgedragen aan de coöperatie tegen bijschrijving op de ledenrekening, fiscaal kan worden gefacilieerd onder art. 3.55(2)(a) Wet IB 2001 en de fiscale EU-Fusierichtlijn. De belanghebbende, lid van de coöperatie en aandeelhouder van de BV, voerde aan dat de coöperatie als vennootschap moet worden aangemerkt en dat bijschrijving op de ledenrekening gelijkgesteld moet worden met uitreiking van aandelen, mede op basis van richtlijnconforme interpretatie en staand beleid.
De Rechtbank en de Hoge Raad oordeelden dat hoewel de coöperatie richtlijnconform als vennootschap moet worden beschouwd, het lidmaatschapsrecht niet gelijkgesteld kan worden met aandelen of winstbewijzen. Bovendien is bijschrijving op de ledenrekening geen uitreiking van aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid zoals vereist voor de aandelenfusiefaciliteit. De fiscale EU-Fusierichtlijn verplicht niet tot civielrechtelijke aanpassing om uitreiking van lidmaatschapsrechten mogelijk te maken.
De Hoge Raad bevestigt dat de Nederlandse wetgever de coöperatie bewust heeft uitgesloten van de aandelenfusiefaciliteit en dat de fiscale EU-Fusierichtlijn en de Tiende Richtlijn dit niet wijzigen. Het beroep van de belanghebbende wordt ongegrond verklaard. De stelling dat bijschrijving op de ledenrekening gelijkgesteld kan worden met uitreiking van aandelen vergt feitenonderzoek dat in cassatie niet kan plaatsvinden.
De uitspraak bevestigt de beperking van de fiscale faciliteit tot vennootschappen met uitgifte van aandelen en benadrukt het belang van de civielrechtelijke vormgeving bij fiscale kwalificaties.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; de aandelenfusiefaciliteit is niet van toepassing op de fusie met bijschrijving op de ledenrekening van een coöperatie.