ECLI:NL:HR:2004:AN8288
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot beëindiging levensonderhoudsuitkering afgewezen door Hoge Raad
De man heeft bij de rechtbank te 's-Gravenhage verzocht om de levensonderhoudsuitkering aan de vrouw met ingang van 1 januari 2000 op nihil vast te stellen. De rechtbank wees dit verzoek af en bepaalde dat elke partij haar eigen proceskosten draagt. De man ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat de proceskostenverdeling wijzigde ten nadele van de man, maar het verzoek zelf afwees. Hiertegen stelde de man beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er waren geen rechtsvragen die beantwoording behoefden in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het beroep verworpen.
De beschikking van de Hoge Raad is gegeven door de vice-president en vier raadsheren en op 9 januari 2004 in het openbaar uitgesproken. Hiermee blijft de afwijzing van het verzoek tot beëindiging van de levensonderhoudsuitkering in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot beëindiging van de levensonderhoudsuitkering.