ECLI:NL:HR:2004:AN8600
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vordering tot vergoeding op grond van art. 6:107a BW na arbeidsongeval
NBM Rail B.V. vordert van Amev Schadeverzekering N.V. betaling van een bedrag ter vergoeding van aangevulde WAO-uitkeringen aan een werknemer die een arbeidsongeval had gehad. De rechtbank wees de vordering af, het hof vernietigde dit en veroordeelde Amev tot betaling van een deel van het gevorderde bedrag.
In cassatie stelt NBM beroep in, terwijl Amev incidenteel beroep instelt. De Hoge Raad verwerpt het principale beroep van NBM, maar gaat in op het incidentele beroep van Amev. Het geschil betreft de vraag of de berekening van het netto-bedrag van de vakantiegeldrechten correct is meegenomen in de vergoeding.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld door niet voldoende rekening te houden met de betwisting van Amev en het bewijs dat zij heeft aangeboden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst het geding voor verdere behandeling terug naar een ander gerechtshof.
De zaak betreft de uitleg van art. 6:107a BW en de grenzen van het civiele plafond bij verhaal van aangevulde uitkeringen na een arbeidsongeval.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en het geding wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.