ECLI:NL:HR:2004:AN9379
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor grootschalige oplichting en valsheid in geschrift bij Ecobel-beleggingsfraude
De zaak betreft de strafzaak tegen verdachte wegens medeplegen van valsheid in geschrift en oplichting in het kader van het Ecobel-bosbouwproject in Suriname. Verdachte werd door het hof veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, wegens het gebruik van valse contracten, prospectussen en rapporten om meer dan 550 personen te bewegen tot investeringen van ruim 12 miljoen gulden.
Het hof stelde vast dat de contracten onrechtmatig waren omdat Ecobel niet bevoegd was het exploitatierecht van houtopstanden over te dragen, en dat in brochures onjuiste informatie werd gegeven over onafhankelijk toezicht. De Hoge Raad vernietigde echter het onderdeel van de bewezenverklaring dat prospectussen als geschriften met bewijsbestemming werden aangemerkt, omdat dit onvoldoende was gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring voldoende had gemotiveerd wat betreft de oplichting van meer dan 550 personen, mede gelet op het feitelijke verweer van verdachte dat geen sprake was van onware informatie. De Hoge Raad verwierp verder alle overige middelen en bevestigde het merendeel van het arrest van het hof.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 20 april 2004, waarbij verdachte deels werd vrijgesproken maar grotendeels werd veroordeeld voor zijn rol in de grootschalige fraude.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf waarvan één jaar voorwaardelijk, deels vrijgesproken voor het onderdeel prospectussen.