ECLI:NL:HR:2004:AO0967

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/195HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • H.A.M. Aaftink
  • D.H. Beukenhorst
  • O. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 SrArt. 12 GrondwetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 138 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op toepassing strafrechtelijke dwangmiddelen en ontruiming wegens verdenking artikel 350 Sr

Eiseres en een medebetrokkene vorderden in kort geding dat de Staat, en via hem de officier van justitie, strafrechtelijke dwangmiddelen zoals aanhouding en feitelijke ontruiming van panden zou verbieden. Deze dwangmiddelen zouden voortvloeien uit verdenking van overtreding van artikel 350 Wetboek Pro van Strafrecht, gerelateerd aan het verwijderen van afdichtingen aan panden.

De president van de rechtbank wees de vordering af, en het gerechtshof te 's-Gravenhage bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep. Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiseres in de kosten van het geding. Hiermee bleef het oordeel van het hof dat strafrechtelijke dwangmiddelen en feitelijke ontruiming in deze zaak niet verboden konden worden, ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de kosten van het geding worden aan haar opgelegd.

Uitspraak

12 maart 2004
Eerste Kamer
Nr. C02/195HR
JMH/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie),
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - en [betrokkene 1] - verder te noemen: [betrokkene 1] - hebben bij exploot van 17 januari 2001 verweerder in cassatie - verder te noemen: de Staat - in kort geding gedagvaard voor de president van de rechtbank te 's-Gravenhage en - na wijziging van eis - gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Staat, en via hem de officier van justitie te 's-Gravenhage, te verbieden strafrechtelijke dwangmiddelen, waaronder aanhouding van hen, jegens hen toe te passen, voor zover deze zouden voortvloeien uit verdenking van overtreding door hen van artikel 350 Wetboek Pro van Strafrecht in verband met het verwijderen van de afdichtingen aan de panden gelegen aan de [a-straat 1] en [2] te [plaats] en de Staat te verbieden anderszins op strafrechtelijke gronden tot feitelijke ontruiming van voormelde panden over te gaan of te doen gaan.
De Staat heeft de vordering bestreden.
De president heeft bij vonnis van 7 februari 2001 het gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [eiseres] en [betrokkene 1] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 2 mei 2002 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft alleen [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Staat mede door mr. M.B.C. Kloppenburg, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 12 maart 2004.