ECLI:NL:HR:2004:AO1296
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Staat voor schade door TBS-gestelde tijdens onbegeleid verlof
De zaak betreft een vordering van een vrouw die tijdens het onbegeleid verlof van een TBS-gestelde werd gegijzeld en seksueel misbruikt. Zij stelde de Staat aansprakelijk wegens onzorgvuldig handelen door het verlenen van onbegeleid verlof aan de TBS-gestelde.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof oordeelde dat de Staat aansprakelijk was wegens onevenredige schade en kende een vergoeding toe. De Staat stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad overwoog dat de Staat alleen aansprakelijk is indien het verlenen van onbegeleid verlof kennelijk onverantwoord was, wat betekent dat het risico op gevaar voor derden niet acceptabel was. Uit de feiten bleek dat het verlof zorgvuldig was beoordeeld en niet kennelijk onverantwoord was.
Het leerstuk van onevenredige schade is hier niet van toepassing omdat de schade het gevolg is van het onrechtmatig handelen van de TBS-gestelde en niet van een rechtmatige overheidshandeling met onevenredige gevolgen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waarmee de vordering van de vrouw werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Staat niet aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door de TBS-gestelde tijdens onbegeleid verlof omdat het verlof niet kennelijk onverantwoord was.