ECLI:NL:HR:2004:AO1993
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijfplaats kinderen bij vader en omgangsregeling moeder
De zaak betreft een geschil over de hoofdverblijfplaats van twee kinderen uit een inmiddels ontbonden huwelijk en de omgangsregeling met de moeder. De vader verzocht de rechtbank om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem vast te stellen en een omgangsregeling voor de moeder te bepalen. De rechtbank volgde het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en stelde de hoofdverblijfplaats bij de vader vast, met een omgangsregeling waarbij de moeder elk weekend en de helft van de schoolvakanties omgang heeft.
De moeder stelde hoger beroep in tegen deze beschikking, maar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bekrachtigde de beslissing van de rechtbank. Vervolgens stelde de moeder beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De man, als verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader blijft met de vastgestelde omgangsregeling voor de moeder.