ECLI:NL:HR:2004:AO2282
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid intrekking beleid privé-gebruik dienstauto door bewindslieden
Belanghebbende werd voor het jaar 1997 aangeslagen voor inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 51.472. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het Hof bevestigde de uitspraak van de Inspecteur. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of de intrekking van het beleid inzake het privé-gebruik van de dienstauto door bewindslieden rechtsgeldig was genomen en bekendgemaakt conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het Hof oordeelde dat de intrekking moest plaatsvinden via een besluit in de zin van de Awb, schriftelijk moest worden genomen en pas in werking kon treden na de wettelijk voorgeschreven bekendmaking. De brief van de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer werd als zodanig besluit aangemerkt en de publicatie als Kamerstuk voldeed aan de vereisten voor kennisgeving.
De Hoge Raad onderschreef dit standpunt en verwierp de middelen van belanghebbende die hiertegen waren gericht. Tevens werd geoordeeld dat het ontbreken van procesafspraken tussen de Inspecteur en de gemachtigde van belanghebbende geen reden gaf om af te wijken van de regel dat bij gelijk aan de Inspecteur geen proceskostenvergoeding wordt toegekend. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de intrekking van het beleid en de aanslag.