ECLI:NL:HR:2004:AO3852
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring en stuiting in internationaal vervoer van goederen over de weg
In deze zaak ging het om een geschil tussen Interpolis en een vervoerder over aansprakelijkheid en verjaring bij diefstal van een vrachtwagenlading textiel tijdens internationaal vervoer. Interpolis had de schade aan de verzekerde vergoed en vorderde betaling van de vervoerder. De vervoerder stelde zich niet aansprakelijk en voerde verjaring aan.
De rechtbank wees de vordering van de vervoerder af en veroordeelde deze tot betaling aan Interpolis. Het hof vernietigde dit vonnis en stelde vast dat de vervoerder niet aansprakelijk was en verklaarde Interpolis niet-ontvankelijk wegens verjaring. Het hof oordeelde dat de verjaring niet was gestuit door de dagvaarding van de vervoerder die een verklaring voor recht vorderde.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat onder art. 3:316 BW Pro alleen het instellen van een eis door de gerechtigde stuitende werking heeft en niet het instellen van een eis door de wederpartij die een verklaring voor recht vordert dat de vordering niet bestaat. De ratio en strekking van de verjaringsregels zijn niet gericht op het tijdig aan de rechter voorleggen van de zaak door de wederpartij. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd dat de vordering verjaard is.