ECLI:NL:HR:2004:AO4600
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen recht op WAO-aanvulling na beëindiging dienstverband
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en Allied Signal Carpet Fibers B.V. over de vraag of [eiser] recht heeft op een WAO-aanvulling na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. [Eiser] was sinds 1978 in dienst en werd in 1994 op staande voet ontslagen, waarna de arbeidsovereenkomst per 1 juli 1994 werd ontbonden met een vergoeding.
Na zijn ziekmelding ontving [eiser] een Ziektewetuitkering en later een WAO-uitkering. Hij vorderde een aanvullende uitkering op grond van het WAO-aanvullingsreglement dat Allied had vastgesteld. Zowel de kantonrechter als de rechtbank wezen zijn vordering af, omdat het reglement alleen voorziet in een WAO-aanvulling voor werknemers die op het moment van het ontstaan van het recht op WAO-uitkering nog in dienst zijn.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad stelde dat de uitleg van het reglement primair afhangt van de bewoordingen en dat niet-kenbare bedoelingen van partijen bij de uitleg geen rol spelen. Het arrest bevestigt dat [eiser] geen aanspraak heeft op de WAO-aanvulling omdat zijn dienstverband was beëindigd voordat het recht op WAO-uitkering ontstond.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat [eiser] geen recht heeft op WAO-aanvulling omdat hij op het moment van het ontstaan van het recht op WAO-uitkering geen werknemer meer was.