ECLI:NL:HR:2004:AO5828
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Geen vervangende hechtenis bij ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak heeft het Gerechtshof te Arnhem de betrokkene veroordeeld tot betaling van een bedrag van €4.537,80 aan de Staat, subsidiair opgelegd negentig dagen vervangende hechtenis bij niet-betaling. De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat de oplegging van vervangende hechtenis in deze context onjuist was, omdat sinds de wetswijziging van 8 mei 2003, waarbij art. 577c Sv werd ingevoerd, vervangende hechtenis bij ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel niet meer is toegestaan.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest voor zover het vervangende hechtenis betrof, maar verwierp het beroep voor het overige. De overige klachten konden niet tot cassatie leiden omdat deze niet tot rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidden. Hiermee bevestigde de Hoge Raad de nieuwe wettelijke regeling en beperkte de toepassing van vervangende hechtenis bij ontnemingsvorderingen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president F.H. Koster en raadsheren G.J.M. Corstens, A.J.A. van Dorst, J.W. Ilsink en J. de Hullu, en uitgesproken op 22 juni 2004.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover vervangende hechtenis is opgelegd bij ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.