ECLI:NL:HR:2004:AO6929
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzet tegen verstekvonnis in incassozaken
In deze civiele zaak vordert ABN AMRO Bank N.V. betaling van een bedrag van ƒ 43.670,64 van eiser. Nadat eiser in eerste aanleg verstek liet gaan, werd het verstekvonnis op 11 juni 1997 uitgesproken en toegewezen. Eiser kwam vervolgens in verzet tegen dit vonnis en vorderde ontheffing van de veroordeling en niet-ontvankelijkheid van de bank. De rechtbank wees het verzet af op 24 januari 2001. Eiser ging hiertegen in hoger beroep, maar het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde het vonnis op 22 augustus 2002.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het verstekvonnis en de afwijzing van het verzet ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het verstekvonnis blijft in stand.