ECLI:NL:HR:2004:AO7340
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aftrek reiskosten militair woon-werkverkeer
Belanghebbende was in 1996 militair in dienst en woonde bij zijn ouders te Z, terwijl hij werkte op kazernes te Q en later te R in Duitsland. De Inspecteur legde geen aanslag op, maar het hof vernietigde dit en bepaalde een belastbaar inkomen inclusief aftrek van reiskosten van Z naar Q, maar niet van Z naar R.
Het hof oordeelde dat de verblijfplaats bepalend is voor aftrek van reiskosten en stelde dat tot 31 augustus 1996 de woonplaats Z was, waardoor reiskosten Z-Q aftrekbaar waren. Voor de periode vanaf 1 september 1996 naar kazerne R gaf het hof geen motivering waarom deze kosten niet aftrekbaar zouden zijn.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de reiskosten van en naar R niet als woon-werkverkeer aftrekbaar zijn, ook al werd R als verblijfplaats beschouwd. Tevens constateert de Hoge Raad dat het hof ten onrechte geen rekening hield met een forfaitaire aftrek van kosten door de Inspecteur.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van deze overwegingen. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de aftrekbaarheid van reiskosten.