ECLI:NL:HR:2004:AP1508
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak wegens ontbreken bewijs feitelijke leiding bij dierenwelzijnsovertredingen
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte als bestuurder van een stichting feitelijke leiding had gegeven aan verboden gedragingen in strijd met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Het hof had verdachte veroordeeld voor overtredingen van artikelen 37 en 96 van deze wet, waarbij hij feitelijke leiding zou hebben gegeven aan de gedragingen van een medeverdachte die dieren onvoldoende verzorgde en huisvestte.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de gebruikte bewijsmiddelen niet zonder meer kon worden afgeleid dat verdachte feitelijke leiding had gegeven. Het enkele feit dat hij als bestuurder geregistreerd stond, volstond niet om aan te nemen dat hij feitelijke leiding voerde. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering van het oordeel van het hof.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het oordeel over feitelijke leiding betreft en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep. De overige middelen werden niet behandeld. Het arrest werd uitgesproken op 24 augustus 2004 door de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende bewijs van feitelijke leiding en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling naar het gerechtshof.