ECLI:NL:PHR:2009:BJ9783
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering feitelijk leidinggeven in belastingzaak
In deze zaak stond de vraag centraal of verzoeker, formeel directeur van [A] B.V., feitelijk leiding gaf aan de vennootschap en daarmee verantwoordelijk was voor het niet of onjuist doen van belastingaangiften. Het hof had verzoeker veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf, stellende dat hij feitelijk leiding had gegeven aan de verboden gedragingen.
Verweer van verzoeker en getuigen verklaarden echter dat verzoeker slechts op papier directeur was, zonder betrokkenheid bij de dagelijkse leiding, die feitelijk lag bij een ander. Het hof wees het verzoek om deze ander als getuige te horen af met het argument dat de Kamer van Koophandel-registratie niet onjuist was, wat de Hoge Raad onbegrijpelijk achtte.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het verzoeker feitelijk leiding gaf, terwijl de verdediging dit uitgebreid onderbouwde en getuigen dit bevestigden. Het hof had niet expliciet de Slavenburg-criteria toegepast en de motivering ontbrak, wat leidt tot nietigheid van het arrest.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar een ander hof voor hernieuwde behandeling, waarbij de feitelijke leiding en het horen van de getuige opnieuw moeten worden beoordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling.