ECLI:NL:HR:2009:BJ9783
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over feitelijke leiding vennootschap en getuigenverzoek
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte feitelijk leiding gaf aan verboden gedragingen van een vennootschap in de periode van 2002-2003. De verdediging verzocht het hof om een getuige te horen die vanaf 4 maart 2003 de feitelijke leiding zou hebben overgenomen. Het hof wees dit verzoek af omdat het niet aannemelijk was dat de uitschrijving van verdachte als bestuurder onjuist was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf hanteerde bij de beoordeling van het getuigenverzoek, maar dat het oordeel niet zonder meer begrijpelijk was omdat het hof de mogelijkheid openliet dat verdachte vanaf die datum geen feitelijke leiding gaf. De enkele inschrijving als enig bestuurder in het handelsregister betekent niet automatisch dat verdachte feitelijke leiding gaf, zoals eerder bevestigd in jurisprudentie.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep. Hiermee werd het belang van feitelijke leiding en het horen van relevante getuigen benadrukt in de bewijsvoering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.