ECLI:NL:HR:2004:AP2562
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens niet-ontvankelijk verzoek toelichting cassatiemiddelen
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van een goed dat aan een ander toebehoort. Het vonnis van de Politierechter werd vernietigd en de verdachte kreeg een geldboete opgelegd.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De raadsman diende een schriftuur in met een cassatiemiddel en verzocht later mondelinge toelichting op dit middel. De Hoge Raad oordeelde dat een dergelijk verzoek volgens artikel 438, tweede lid, Wetboek van Strafvordering als een zelfstandig schriftelijk verzoek bij de rolrechter moet worden ingediend, los van de cassatieschriftuur.
De Hoge Raad nam kennis van het schriftelijk commentaar van de raadsman, maar verwierp het verzoek tot mondelinge toelichting omdat dit niet correct was ingediend. Het cassatiemiddel kon niet tot cassatie leiden en er waren geen redenen voor ambtshalve vernietiging. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot mondelinge toelichting.