ECLI:NL:HR:2012:BW9301
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in strafzaak vuurwerkramp Enschede wegens ontbreken ernstig vermoeden niet-ontvankelijkheid OM
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 2003, waarin de aanvrager is veroordeeld voor milieuovertredingen en medeplegen van branden en ontploffingen met dodelijke slachtoffers ten gevolge van de vuurwerkramp in Enschede.
Het verzoek steunt op drie nieuwe omstandigheden (nova) die zouden kunnen leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, waaronder het vernietigen van circa 80.000 tapgesprekken door de officier van justitie, onrechtmatigheden en vormverzuimen binnen het opsporingsonderzoek uitgevoerd door het TOLteam, en een brief van leidinggevenden van het BIZ-team aan de Tweede Kamer.
De Hoge Raad beoordeelt deze gronden uitgebreid, onder meer aan de hand van een rapport van de Rijksrecherche en faxberichten die verduidelijken dat de vernietigingsopdracht beperkt was tot gesprekken met geheimhouders en later werd ingetrokken. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de aanvrager in zijn strafzaak is benadeeld door deze feiten.
Het verzoek tot het horen van getuigen en het toelichten van dvd-opnamen wordt eveneens afgewezen omdat de aanvrager niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 459 Sv Pro. De Hoge Raad concludeert dat het ernstige vermoeden ontbreekt dat het OM niet-ontvankelijk zou zijn verklaard en wijst het herzieningsverzoek af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af wegens ontbreken van een ernstig vermoeden voor niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.