ECLI:NL:HR:2004:AP6652
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen fraus legis bij renteloze concernlening in vennootschapsbelasting
In deze zaak is aan belanghebbende voor het boekjaar 1993/1994 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar werd gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag verminderde en de uitspraak van de Inspecteur vernietigde. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in.
De kern van het geschil betrof de vraag of de renteloze lening binnen het concern als fraus legis kon worden aangemerkt, waardoor renteaftrek zou moeten worden geweigerd. Het Hof oordeelde dat de financieringsrelatie zakelijk was en dat de vormgeving, ondanks fiscale voordelen, verdedigbaar was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het feit dat financiering met vreemd vermogen niet strikt noodzakelijk was en dat fictieve rente in Ierland niet werd belast, niet leidt tot strijd met wet en doel.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de kosten van het geding. Hiermee blijft de vermindering van de aanslag in stand en wordt de renteaftrek bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de renteaftrek op de renteloze concernlening blijft gehandhaafd.