ECLI:NL:PHR:2004:AP6652
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen fraus legis bij renteloze concernlening voor externe acquisitie
In deze zaak stond centraal of de renteaftrek op een renteloze geldlening van de moedermaatschappij Plc aan haar dochtermaatschappij X-1 BV, ter financiering van de acquisitie van een niet-gelieerde vennootschap, geweigerd mocht worden op grond van het leerstuk fraus legis. De Staatssecretaris had de aftrek gedeeltelijk geweigerd, stellende dat de lening was aangegaan met als doorslaggevende beweegreden het verijdelen van vennootschapsbelasting.
Het Hof Arnhem oordeelde dat de lening een zakelijk motief had en dat de renteaftrek niet in strijd kwam met doel en strekking van de wet. Het Hof stelde vast dat de financiering ook via een externe banklening mogelijk was geweest, maar dat de gekozen interne lening een verdedigbare keuze was vanwege flexibiliteit en fiscale overwegingen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat fraus legis slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden toegepast. Bij externe acquisities is het noodzakelijkheidscriterium beperkt van toepassing en de keuzevrijheid tussen eigen en vreemd vermogen staat voorop. De afwezigheid van een compenserende heffing in Ierland doet hieraan niet af.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde dat de renteaftrek terecht is toegestaan, waarmee de belastingplichtige in het gelijk werd gesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de renteaftrek op de renteloze concernlening terecht is toegestaan.