ECLI:NL:HR:2004:AQ6916
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Waardering pensioenverplichtingen bij verplaatsing feitelijke leiding en belastingheffing
Belanghebbende, een vennootschap opgericht in 1993, nam pensioenverplichtingen over van een zustermaatschappij. De feitelijke leiding van belanghebbende werd in 1994 verplaatst naar Curaçao. De Inspecteur legde een aanslag vennootschapsbelasting op over 1994, welke door belanghebbende werd aangevochten. Het hof bevestigde de aanslag en oordeelde dat sprake was van een samenhangend geheel van rechtshandelingen gericht op belastingontwijking, waarbij rekening moest worden gehouden met de verwachting dat de pensioenrechten zouden worden afgezien.
De Hoge Raad stelt dat het hof bij de waardering van de pensioenverplichting per 1 juli 1994 ook de waarde bij overdracht in 1993 had moeten corrigeren op basis van dezelfde grondslagen. Het hof had dit niet gedaan, waardoor het oordeel onvoldoende gemotiveerd is. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. De zaak betreft complexe fiscale waarderingsvraagstukken in het kader van vennootschapsbelasting en emigratie van aandeelhouders.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.