ECLI:NL:GHARN:2005:AT9351
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.J. Matthijssen
- J.B.H. Röben
- F.J.P.M. Haas
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting door waardering pensioenverplichting op 5 procent
Belanghebbende, een vennootschap gevestigd op de Nederlandse Antillen, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting over 1994 die was gebaseerd op een pensioenverplichting van ƒ 952.000. Na een eerdere procedure en cassatie door de Hoge Raad werd de zaak terugverwezen naar het Gerechtshof Arnhem.
Het geschil betrof de waardering van de pensioenverplichting bij de overname door belanghebbende. Belanghebbende stelde dat de waarde slechts 5% van de nominale waarde bedroeg, terwijl de inspecteur uitging van de volle waarde of 95% daarvan. Het Hof achtte aannemelijk dat de verwachting bestond dat de aandeelhouder zou afzien van zijn pensioenrechten, waardoor de waarde van de pensioenverplichting aanzienlijk lager was.
Het Hof volgde de redenering van de Hoge Raad dat de oprichting, overname van de verplichting, verplaatsing van de feitelijke leiding en het afzien van pensioenrechten samenhingen in een fiscaal gerichte constructie. Daarom moest de waarde van de pensioenverplichting per 31 december 1993 op 5% van de nominale waarde worden gesteld. Het Hof verminderde de aanslag dienovereenkomstig tot ƒ 29.466 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. Een verzoek tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 29.466.