ECLI:NL:HR:2004:AQ8928
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van raadsman bij gelijktijdige behandeling strafzaak en tenuitvoerlegging
In deze zaak stond centraal of een raadsman zonder uitdrukkelijke machtiging de niet verschenen verdachte mocht vertegenwoordigen tijdens de gelijktijdige behandeling van de strafzaak en een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
De verdachte was bij de terechtzitting niet aanwezig en werd vertegenwoordigd door een advocaat die niet expliciet gemachtigd was tot verdediging. De rechtbank en het hof behandelden de strafzaak en de tenuitvoerleggingsvordering gelijktijdig. Volgens artikel 279 Sv Pro is een uitdrukkelijke machtiging vereist voor verdediging van een niet verschenen verdachte, en artikel 14i Sr vereist dat bijstand bij tenuitvoerlegging ook door een gemachtigde raadsman wordt verleend.
De Hoge Raad bevestigde dat zonder uitdrukkelijke machtiging de raadsman niet bevoegd is om de verdachte te verdedigen of bij te staan bij de tenuitvoerleggingsvordering. Het beroep van de verdachte werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de raadsman zonder uitdrukkelijke machtiging is niet bevoegd de niet verschenen verdachte te verdedigen of bij te staan bij tenuitvoerlegging.