ECLI:NL:HR:2004:AR1255
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot voorlopige machtiging opname in psychiatrisch ziekenhuis afgewezen
Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Utrecht die op 27 april 2004 een voorlopige machtiging tot opname en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van zes maanden had verleend. Deze machtiging was aangevraagd door de Officier van Justitie op basis van een geneeskundige verklaring van een psychiater.
De rechtbank had verzoeker, zijn advocaat, de psychiater en de zorgcoördinator gehoord alvorens de voorlopige machtiging te verlenen. Verzoeker stelde zich op het standpunt dat de beschikking onterecht was, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad stelde vast dat de klachten geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef de beschikking tot voorlopige machtiging ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorlopige machtiging tot opname wordt bevestigd.