ECLI:NL:HR:2004:AR2453
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering in cassatie tegen Kubra Kunststoffen
Eiser vorderde bij de kantonrechter loon, vakantietoeslag en overige emolumenten van Kubra over de periode van maart 1998 tot januari 1999. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar een andere kantonrechter. Deze wees de loonvordering af. Eiser ging in hoger beroep bij de rechtbank, die het vonnis van de kantonrechter bekrachtigde.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding. Hiermee bleef de afwijzing van de loonvordering door de lagere rechterlijke instanties in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de loonvordering afgewezen.