ECLI:NL:HR:2004:AR3280
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken inhoud bewijsmiddelen in uitspraak
In deze zaak stond de verdachte terecht voor valsheid in geschrift en het doen van valse opgaven onder de Algemene Ouderdomswet. Het gerechtshof had het vonnis van de politierechter bevestigd en de verdachte veroordeeld tot een taakstraf en geldboete.
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. Een belangrijk punt in cassatie was dat het hof en de politierechter niet de inhoud van twee bewijsmiddelen, bestaande uit geschriften (onder meer een aanvraag om ouderdomspensioen en een loonbelastingverklaring), in hun uitspraken hadden opgenomen. Dit is in strijd met artikel 359, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat de uitspraak de inhoud van bewijsmiddelen bevat voor zover deze tot bewijs van het tenlastegelegde feit strekken.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht bepaalde delen van de verklaring van de verdachte niet als bewijs had gebruikt, maar dat het ontbreken van de inhoud van de bewijsmiddelen in het arrest en het vonnis van de politierechter een schending van het wettelijke voorschrift betekende. Daarom werd het arrest vernietigd en verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad wees erop dat er geen andere gronden waren voor ambtshalve vernietiging en dat de overige klachten niet tot cassatie konden leiden. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 23 november 2004.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof is vernietigd wegens het ontbreken van de inhoud van bewijsmiddelen in de uitspraak.