ECLI:NL:PHR:2006:AZ0636
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuurder voor bedrieglijke verkorting van schuldeisers bij faillissement Stichting
De verdachte was bestuurder van Stichting [A], die op 7 september 1999 failliet werd verklaard. Gedurende de periode van 1998 tot 1999 heeft hij samen met een medebestuurder contante opnames en betalingen van de bankrekeningen van de stichting verricht, die niet aan de curator zijn verantwoord en ten behoeve van privédoeleinden zijn gebruikt.
De rechtbank en het hof stelden vast dat verdachte bewust handelde terwijl hij op de hoogte was van de financiële problemen en het naderende faillissement van de stichting. Het hof kwalificeerde het handelen als medeplegen van bedrieglijke verkorting van schuldeisers en veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 160 uur, subsidiair 80 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar.
In cassatie werden diverse middelen aangevoerd, waaronder onvoldoende motivering van wetenschap van benadeling, onduidelijke bewijsvoering en de toepasselijkheid van specifieke wetsartikelen. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde de strafoplegging, waarbij het hof voldoende gemotiveerd had waarom een geheel voorwaardelijke straf niet passend was gezien de ernst van de feiten en de schade aan schuldeisers.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 160 uur werkstraf, subsidiair 80 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar.