ECLI:NL:HR:2004:AR7758
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over renteaftrek concernlening bij financiële herstructurering
De Inspecteur stelde het verlies van belanghebbende voor het jaar 1995 vast en herzag dit later naar een hoger bedrag. Belanghebbende ging tegen deze herziening in beroep bij het hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
Belanghebbende maakt deel uit van een concern waarbij een moedermaatschappij alle aandelen houdt. Een dochtervennootschap verstrekte een rentedragende geldlening aan belanghebbende, die in 1995 werd hergestructureerd waarbij een deel van de lening renteloos werd gemaakt voor twee jaar. Het hof oordeelde dat het niet bedingen van rente zakelijke redenen had en niet gebaseerd was op aandeelhoudersmotieven.
De Hoge Raad stelde dat de toets of sprake is van zakelijkheid moet worden beoordeeld aan de hand van de vraag of een onafhankelijke derde onder dezelfde omstandigheden ook van rente zou hebben afgezien. Het hof had dit niet correct toegepast, waardoor het arrest werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor herbeoordeling.
De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van de kosten van het cassatiegeding en bepaalde dat het verwijzingshof zal beoordelen of belanghebbende kostenvergoeding voor het hofproces toekomt.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor herbeoordeling met toepassing van de arm’s length-toets.