ECLI:NL:HR:2005:AR4850
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Benoeming bijzondere curator bij conflicten over verzorging en opvoeding minderjarige kinderen
De zaak betreft een verzoek van de ouders en de oom van twee minderjarige kinderen tot benoeming van een bijzondere curator op grond van art. 1:250 BW Pro, vanwege ernstige conflicten over de verzorging en opvoeding binnen het pleeggezin waar de kinderen verbleven. De kantonrechter had de oom tot bijzondere curator benoemd, maar het hof vernietigde deze beschikking en wees het verzoek af, stellende dat het verzoek onvoldoende concreet was en geen specifieke rechtshandeling of tijdslimiet bevatte.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehuldigd door zulke eisen te stellen. De wet beoogt juist dat een bijzondere curator kan worden benoemd bij wezenlijke conflicten tussen minderjarige en wettelijke vertegenwoordiger omtrent verzorging en opvoeding, ook zonder dat het verzoek specifieke handelingen of termijn bevat. De bijzondere curator heeft een beperkte, op het concrete probleem toegesneden taak en moet eerst proberen buiten rechte tot oplossing te komen.
De Hoge Raad benadrukt dat het verzoek niet alleen betrekking hoeft te hebben op vermogensrechtelijke belangen, maar ook op conflicten over verzorging en opvoeding. De rechter moet per geval beoordelen of benoeming noodzakelijk is en de taak van de bijzondere curator passend omschrijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van art. 1:250 BW Pro en versterkt de positie van minderjarigen in conflicten met hun wettelijke vertegenwoordigers over verzorging en opvoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling.