ECLI:NL:HR:2005:AR6028
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van statutaire waardering van aandelen A bij gedwongen overdracht
In deze zaak vorderde verweerder dat eiser zijn aandelen A in [A] B.V. overdraagt tegen betaling van de nominale waarde, en dat eiser het stemrecht op deze aandelen niet mag uitoefenen. De rechtbank wees deze vorderingen toe en bepaalde de prijs op ƒ 18.700,--, zonder deskundigenbericht. De Ondernemingskamer bekrachtigde dit oordeel en wees het hoger beroep af.
De kern van het geschil betrof de waardering van de aandelen A, die volgens de statuten niet meer mogen worden uitgekeerd dan de nominale waarde vermeerderd met eventueel achterstallig dividend. De Hoge Raad overwoog dat de blokkeringsregeling in de statuten een zodanige maatstaf biedt dat de rechter zonder deskundigenbericht de prijs kan vaststellen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiser en bevestigde dat de statutaire bepalingen omtrent de waarde van aandelen A bindend zijn bij gedwongen overdracht. Hiermee werd bevestigd dat de rechter niet verplicht is deskundigen te benoemen indien de statuten een duidelijke waarderingsmaatstaf geven.
De uitspraak benadrukt het belang van de blokkeringsregeling in de statuten en bevestigt dat deze bepalingen een redelijke en begrijpelijke maatstaf vormen voor de waardering van aandelen bij gedwongen overdracht. Dit arrest geeft duidelijkheid over de toepassing van art. 2:339 BW Pro in combinatie met statutaire bepalingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de statutaire waardering van aandelen A wordt bevestigd zonder benoeming van deskundigen.